Kennisbank

We moeten met z'n allen mentaal fitter worden

We moeten met z'n allen mentaal fitter worden

18/06/2026
We moeten met z'n allen mentaal fitter worden. Het is een gedachte die bij mij steeds vaker opkomt, zeker als ik kijk naar hoe we ons leven inrichten. Het is namelijk best wel vreemd: we snappen allemaal dat we goed voor ons lichaam moeten zorgen. We gaan naar de sportschool, letten op wat we eten en tellen onze stappen. Dat is de normaalste zaak van de wereld. Maar diezelfde logica doortrekken naar onze mentale fitheid? Dat vinden we nog steeds best lastig. We weten niet goed hoe we dat moeten aanpakken, of we vinden het moeilijk om daar serieus tijd voor te maken.
De term 'mentale gezondheid' zit ons in de weg

De term 'mentale gezondheid' zit ons in de weg

07/06/2026
We bedoelen het goed. Maar de term heeft een imagoprobleem. Als Nederlanders zijn we redelijk bedreven in nuchter zijn. Schouders eronder, gewoon doorgaan, het stelt niks voor. En dat is op zichzelf geen slechte eigenschap. Maar in combinatie met de taal die we gebruiken rond mentale belasting, werkt het tegen ons. Mensen die zich niet ziek voelen, voelen zich door de term "mentale gezondheid" totaal niet aangesproken. Die denken: ik heb geen mentaal probleem, laat maar. Het is gewoon een drukke periode. Het gaat wel weer over. En mensen die wél ergens mee dealen, willen die stempel juist niet. Want mentale gezondheid klinkt meteen loodzwaar. Klinkt naar de huisarts, naar therapie, naar iets wat je liever niet hardop zegt. Het gevolg is dat de meeste mensen pas in actie komen als het echt niet meer gaat. Vergelijk dat met hoe we naar fitness kijken. Niemand gaat sporten omdat hij ziek is. Je werkt aan je conditie omdat je het slim vindt, omdat je je beter voelt, omdat je morgen ook nog wil functioneren. Er zit geen drempel op. Je hoeft niks toe te geven om naar de sportschool te gaan. Voor je mentale staat bestaat dat frame in Nederland nauwelijks. En zolang we blijven praten over gezondheid in plaats van conditie, verandert dat ook niet. Want gezondheid is iets wat je hebt of niet hebt. Conditie is iets wat je opbouwt. Dat kleine verschil bepaalt wanneer je in actie komt. Niet als je vastloopt. Gewoon, omdat je er bewust mee bezig bent. Mentale fitheid, mentale conditie, mentale kracht. Het zijn woorden waarbij je denkt: dit doe ik omdat het elke dag beter maakt. Niet omdat ik compleet op ben. Dat is de taal die nodig is om dit normaler te maken. Niet zwaarder. Gewoner.
Tandenpoetsen is normaal, maar voor je hoofd zorgen niet?

Tandenpoetsen is normaal, maar voor je hoofd zorgen niet?

07/04/2026
Voor mensen met weinig tijd om te lezen en die denken in efficiëntie (net als ik deed): Wanneer je te lang wacht met voor je hoofd zorgen en echt vastloopt, kost het veel meer tijd om dit weer te herstellen. Dat is misschien wel het belangrijkste wat ik geleerd heb. Lees daarom toch maar de hele tekst.
De pijn die je niet ziet

De pijn die je niet ziet

05/02/2026
Door Jeroen – Innerstate.6 minuten leestijd. Wanneer je been breekt, krijg je bloemen, een kaartje en hulp bij de trap. Breek je iets vanbinnen? Dan krijg je stilte. 'Maar je ziet eigenlijk helemaal niet dat er iets aan de hand is'. Het verschil in begrip tussen wanneer je 'iets' zichtbaars of onzichtbaars hebt is een wereld van verschil. Het is een maatschappelijke blinde vlek die mensen met onzichtbare mentale of lichamelijke klachten dagelijks op zichzelf teruggeworpen krijgen. En ik weet dat, omdat ik daar zelf in ben vastgelopen. Niet omdat ik iets verkeerd deed, maar omdat de buitenwereld niets zag. Wat begon met mentale overbelasting, altijd moeten, nooit stilstaan, werd fysieke pijn: Mijn handen doen chronisch pijn. Dingen als koken, typen, tandenpoetsen zijn soms lastig. Maar mensen zien niets. Geen zwelling, geen gips, geen verband. En dus word er vaak gedacht: het zal wel meevallen. Dat is het moment waarop het tweede gevecht begint. Niet alleen tegen de pijn zelf, maar tegen de constante twijfel van anderen. Tegen het uitleggen, het verklaren, het verdedigen. Tegen de vraag: "Waarom kun je dit niet gewoon? Je doet toch normaal?" En eerlijk: ik begrijp ergens ook waar dat vandaan komt. We zijn als mensen nu eenmaal visueel ingesteld. We reageren instinctief op wat we kunnen zien. Dat maakt het niet per se fout, maar het maakt het voor mensen met onzichtbare klachten wel ingewikkelder. De glimlach als zelfbedrog Lange tijd heb ik mijn glimlach gebruikt als schild. Om mezelf bij elkaar te houden, om niet te hoeven uitleggen, om anderen gerust te stellen. Maar die glimlach werd op den duur een leugen die ik zelf ging geloven. Een poging om te doen alsof het er niet was. Alsof er niets aan de hand was. Het werkte averechts: ik liep weg van mijn eigen pijn. En het werd steeds moeilijker om die nog met iemand te delen. Ik heb geleerd dat die glimlach ook iets anders deed: het gaf het verkeerde signaal. Naar de buitenwereld straalde ik uit dat alles wel ging, terwijl dat niet zo was. En dat is iets wat ik nu anders doe. Ik weet inmiddels dat het oké is om te zeggen: het gaat even niet. Dat kwetsbaarheid niet iets is om je voor te schamen, maar iets wat je juist verbindt met anderen. Je hoeft je pijn niet altijd te verpakken in een lach. En anderen hoeven het ook niet te raden. Je hoeft niet de enige te zijn Dat is het venijn van onzichtbare pijn. Je wilt het delen, maar je voelt je niet altijd begrepen. Je zoekt ruimte, maar je krijgt soms goedbedoelde adviezen die niet raken aan wat er echt speelt. Dus trek je je terug. Je vecht al tegen de pijn, tegen je eigen lichaam of hoofd, en dan komt daar ook nog het gevecht bij om serieus genomen te worden. Dat maakt moe. Dat maakt eenzaam. En het is niet alleen mijn verhaal. Dit is iets waar honderdduizenden mensen in Nederland dagelijks tegenaan lopen: mensen met fibromyalgie, chronische vermoeidheid, burn-out, angststoornissen, ADHD, depressie, prikkelbare darm syndroom, of klachten zonder duidelijke medische oorzaak. De lijst is lang, maar wat ze delen is dit: hun lijden wordt vaak niet gezien, en dus niet altijd erkend. Waarom we beter reageren op een gebroken been Uit mijn eigen ervaring weet ik hoe snel mensen oordelen als iets niet zichtbaar is. Maar dat oordeel is vaak niet uit onwil. Het is diepgeworteld in hoe onze hersenen empathie aansturen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat onze zogenaamde 'reparatiereflex' wordt getriggerd door visuele prikkels. Als je iemand ziet struikelen of met gips loopt, activeert je brein automatisch gebieden die pijn herkennen. Daardoor voelen we letterlijk mee en willen we helpen. Bij mentale of onzichtbare pijn gebeurt dat minder. Er is niets te zien. Geen schreeuw, geen wond. Dus de automatische empathie blijft uit. Daar komt bij: zichtbare aandoeningen hebben meestal een duidelijk herstelpad: zes weken gips, dan fysio. Onzichtbare klachten zijn grilliger, langduriger, moeilijker te plaatsen. Dat maakt steun geven lastiger. Zoals Ernst Koster van de Universiteit van Vlaanderen uitlegt, willen mensen graag helpen zolang ze het gevoel hebben dat het ergens toe leidt. Maar als herstel uitblijft of onvoorspelbaar verloopt, haakt men af. De steun die eerst ruimhartig werd gegeven, droogt op. Want niemand weet hoe lang het nog duurt. Of wat ze moeten zeggen. Of hoe ze het moeten benoemen zonder iets fout te doen. Het ongemak van het gesprek Het is op het moment gewoon veiliger om te zeggen dat je een peesontsteking hebt dan dat je emotioneel uitgeput bent. Lijden, zeker psychisch, vinden we ongemakkelijk. Vraag aan iemand hoe het écht gaat, en de ongemakkelijkheid neemt toe. Daarom kiezen veel mensen voor de veilige route: zwijgen. Maar die stilte maakt het juist zwaarder. Het is net die fase als het een klein beetje beter gaat, dat de buitenwereld denkt dat alles weer normaal is. Dat is juist één van de moeilijkste fases. Want de buitenkant lijkt hersteld, terwijl de binnenkant nog volop worstelt. En het begrip is dan vaak verdwenen. Het oordeel over mentale klachten Een gebroken been roept geen moreel oordeel op. Niemand zegt: "Dat is je eigen schuld." Maar bij psychische klachten gebeurt dat soms wel. Dan hoor je: "Misschien moet je wat positiever denken" of "Je moet jezelf er een beetje uittrekken." Alsof je gekozen hebt voor uitputting. Alsof je je lijden zelf hebt gecreëerd. Dat komt voort uit een diepgeworteld geloof in maakbaarheid. Wie succesvol is, heeft het aan zichzelf te danken. Wie uitvalt, is zwak. Maar mentale klachten en onzichtbare pijn zijn niet maakbaar. Ze zijn complex, multifactorieel, vaak deels genetisch bepaald. En bovenal: ze zijn écht. Net zo echt als een gebroken bot. Alleen onzichtbaar. Wat we nodig hebben: ruimte, taal en normalisering Wat mensen met onzichtbare klachten nodig hebben, is geen medelijden. Ze hebben ruimte nodig. Erkenning. Het mag ongemakkelijk zijn. Je hoeft het niet op te lossen. Maar door alleen al te luisteren en te zeggen: "Ik geloof je," doe je al zoveel.  Want de impact van onzichtbaar lijden zit niet alleen in de klacht zelf. Het zit in het continu moeten uitleggen. In het vechten voor erkenning. In het gemis aan steun. In de blik van de ander die zegt: "Maar je ziet er goed uit." Dus als je iets wilt doen, kijk dan voorbij de glimlach. Vraag door. Geef ruimte aan de nuance. En weet dat niet alle pijn zichtbaar is. Maar wel voelbaar. Elke dag weer. Laten we onszelf en elkaar leren zien, ook als er niets te zien lijkt. Bronnen Koster, E. (z.d.). Waarom hebben we meer begrip voor iemand met een gebroken been dan voor iemand met een depressie? Universiteit van Vlaanderen. YouTube. Geraadpleegd via: https://www.universiteitvanvlaanderen.be Craig, K. D. (2009). The social communication model of pain. Canadian Psychology/Psychologie canadienne, 50(1), 22–32.[Toont hoe zichtbaar gedrag pijnsignalen versterkt in sociale communicatie.] Decety, J., & Jackson, P. L. (2004). The functional architecture of human empathy. Behavioral and Cognitive Neuroscience Reviews, 3(2), 71–100.[Beschrijft de neurale basis van empathie en hoe zichtbare prikkels zoals verwondingen sterke respons oproepen.] Vlaeyen, J. W. S., & Linton, S. J. (2000). Fear-avoidance and its consequences in chronic musculoskeletal pain: A state of the art. Pain, 85(3), 317–332.[Gaat in op de complexiteit en onzichtbaarheid van chronische pijn en het effect op gedrag.] Luyten, P., & Fonagy, P. (2016). The stress–vulnerability model of depression revisited: The role of self-critical perfectionism. Clinical Psychology Review, 51, 1–14.[Beschrijft hoe individuele kwetsbaarheid, zoals perfectionisme, bijdraagt aan psychisch lijden.] ReumaZorg Nederland. (2022). Onzichtbaar ziek zijn.[Rapport over de sociale gevolgen van onzichtbare fysieke aandoeningen.] Open Boek Nijmegen. (2023). Mentale gezondheid bespreekbaar maken onder jongeren.[Burgerinitiatief dat het stigma op psychisch lijden wil doorbreken door onderwijs en storytelling.] Warmste Week België (2025). Thema: Onzichtbaar ziek zijn.[Jaarcampagne die onzichtbaar lijden onder de aandacht brengt in media en samenleving.]