Het ongemak van onzichtbaar lijden: waarom je beter een been kunt breken
Door Jeroen – Innerstate.
6 minuten leestijd.
6 minuten leestijd.
Wanneer je been breekt, krijg je bloemen, een kaartje en hulp bij de trap. Breek je iets vanbinnen? Dan krijg je stilte.
Het verschil in begrip tussen zichtbaar en onzichtbaar lijden is geen klein ongemak. Het is een maatschappelijke blinde vlek die mensen met onzichtbare mentale of lichamelijke klachten dagelijks op zichzelf teruggeworpen krijgen. En ik weet dat, omdat ik daar zelf in ben vastgelopen. Niet omdat ik iets verkeerd deed, maar omdat de buitenwereld niets zag.
Wat begon met mentale overbelasting - altijd moeten, nooit stilstaan - werd fysieke pijn. Mijn handen doen chronisch pijn. Dingen als koken, typen, tandenpoetsen werden lastig. Maar mensen zagen niets. Geen zwelling, geen gips, geen verband. En dus werd er vaak gedacht: het zal wel meevallen.
Dat is het moment waarop het tweede gevecht begint. Niet alleen tegen de pijn zelf, maar tegen de constante twijfel van anderen. Tegen het uitleggen, het verklaren, het verdedigen. Tegen de vraag: "Waarom kun je dit niet gewoon? Je doet toch normaal?"
En eerlijk: ik begrijp ergens ook waar dat vandaan komt. We zijn als mensen nu eenmaal visueel ingesteld. We reageren instinctief op wat we kunnen zien. Dat maakt het niet per se fout, maar het maakt het voor mensen met onzichtbare klachten wel ingewikkelder.
De glimlach als zelfbedrog
Lange tijd heb ik mijn glimlach gebruikt als schild. Om mezelf bij elkaar te houden, om niet te hoeven uitleggen, om anderen gerust te stellen. Maar die glimlach werd op den duur een leugen die ik zelf ging geloven. Een poging om te doen alsof het er niet was. Alsof er niets aan de hand was. Het werkte averechts: ik liep weg van mijn eigen pijn. En het werd steeds moeilijker om die nog met iemand te delen.
Ik heb geleerd dat die glimlach ook iets anders deed: het gaf het verkeerde signaal. Naar de buitenwereld straalde ik uit dat alles wel ging, terwijl dat niet zo was. En dat is iets wat ik nu anders doe. Ik weet inmiddels dat het oké is om te zeggen: het gaat even niet. Dat kwetsbaarheid niet iets is om je voor te schamen, maar iets wat je juist verbindt met anderen. Je hoeft je pijn niet altijd te verpakken in een lach. En anderen hoeven het ook niet te raden.
Je hoeft niet de enige te zijn
Dat is het venijn van onzichtbare pijn. Je wilt het delen, maar je voelt je niet altijd begrepen. Je zoekt ruimte, maar je krijgt soms goedbedoelde adviezen die niet raken aan wat er echt speelt. Dus trek je je terug. Je vecht al tegen de pijn, tegen je eigen lichaam of hoofd, en dan komt daar ook nog het gevecht bij om serieus genomen te worden. Dat maakt moe. Dat maakt eenzaam.
En het is niet alleen mijn verhaal. Dit is iets waar honderdduizenden mensen in Nederland dagelijks tegenaan lopen: mensen met fibromyalgie, chronische vermoeidheid, burn-out, angststoornissen, ADHD, depressie, prikkelbare darm syndroom, of klachten zonder duidelijke medische oorzaak. De lijst is lang, maar wat ze delen is dit: hun lijden wordt vaak niet gezien, en dus niet altijd erkend.
Waarom we beter reageren op een gebroken been
Uit mijn eigen ervaring weet ik hoe snel mensen oordelen als iets niet zichtbaar is. Maar dat oordeel is vaak niet uit onwil. Het is diepgeworteld in hoe onze hersenen empathie aansturen. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat onze zogenaamde 'reparatiereflex' wordt getriggerd door visuele prikkels. Als je iemand ziet struikelen of met gips loopt, activeert je brein automatisch gebieden die pijn herkennen. Daardoor voelen we letterlijk mee en willen we helpen.
Bij mentale of onzichtbare pijn gebeurt dat minder. Er is niets te zien. Geen schreeuw, geen wond. Dus de automatische empathie blijft uit. Daar komt bij: zichtbare aandoeningen hebben meestal een duidelijk herstelpad: zes weken gips, dan fysio. Onzichtbare klachten zijn grilliger, langduriger, moeilijker te plaatsen. Dat maakt steun geven lastiger.
Zoals Ernst Koster van de Universiteit van Vlaanderen uitlegt, willen mensen graag helpen zolang ze het gevoel hebben dat het ergens toe leidt. Maar als herstel uitblijft of onvoorspelbaar verloopt, haakt men af. De steun die eerst ruimhartig werd gegeven, droogt op. Want niemand weet hoe lang het nog duurt. Of wat ze moeten zeggen. Of hoe ze het moeten benoemen zonder iets fout te doen.
Het ongemak van het gesprek
In onze samenleving is het nog steeds veiliger om te zeggen dat je een peesontsteking hebt dan dat je emotioneel uitgeput bent. Lijden, zeker psychisch, vinden we ongemakkelijk. Vraag aan iemand hoe het écht gaat, en de ongemakkelijkheid neemt toe. Daarom kiezen veel mensen voor de veilige route: zwijgen.
Maar die stilte maakt het lijden zwaarder. Het is net die fase als het een klein beetje beter gaat, dat de buitenwereld denkt dat alles weer normaal is. Dat is juist één van de moeilijkste fases. Want de buitenkant lijkt hersteld, terwijl de binnenkant nog volop worstelt. En het begrip is dan vaak verdwenen.
Het oordeel over mentale klachten
Een gebroken been roept geen moreel oordeel op. Niemand zegt: "Dat is je eigen schuld." Maar bij psychische klachten gebeurt dat soms wel. Dan hoor je: "Misschien moet je wat positiever denken" of "Je moet jezelf er een beetje uittrekken." Alsof je gekozen hebt voor uitputting. Alsof je je lijden zelf hebt gecreëerd. Dat komt voort uit een diepgeworteld geloof in maakbaarheid. Wie succesvol is, heeft het aan zichzelf te danken. Wie uitvalt, is zwak.
Maar mentale klachten en onzichtbare pijn zijn niet maakbaar. Ze zijn complex, multifactorieel, vaak deels genetisch bepaald. En bovenal: ze zijn écht. Net zo echt als een gebroken bot. Alleen onzichtbaar.
Wat we nodig hebben: ruimte, taal en normalisering
Wat mensen met onzichtbare klachten nodig hebben, is geen medelijden. Ze hebben ruimte nodig. Erkenning. Het mag ongemakkelijk zijn. Je hoeft het niet op te lossen. Maar door alleen al te luisteren en te zeggen: "Ik geloof je," doe je al zoveel.
Want de impact van onzichtbaar lijden zit niet alleen in de klacht zelf. Het zit in het continu moeten uitleggen. In het vechten voor erkenning. In het gemis aan steun. In de blik van de ander die zegt: "Maar je ziet er goed uit."
Dus als je iets wilt doen, kijk dan voorbij de glimlach. Vraag door. Geef ruimte aan de nuance. En weet dat niet alle pijn zichtbaar is. Maar wel voelbaar. Elke dag weer.
Laten we onszelf en elkaar leren zien, ook als er niets te zien lijkt.
Bronnen
-
Koster, E. (z.d.). Waarom hebben we meer begrip voor iemand met een gebroken been dan voor iemand met een depressie? Universiteit van Vlaanderen. YouTube. Geraadpleegd via: https://www.universiteitvanvlaanderen.be
-
Craig, K. D. (2009). The social communication model of pain. Canadian Psychology/Psychologie canadienne, 50(1), 22–32.
[Toont hoe zichtbaar gedrag pijnsignalen versterkt in sociale communicatie.] -
Decety, J., & Jackson, P. L. (2004). The functional architecture of human empathy. Behavioral and Cognitive Neuroscience Reviews, 3(2), 71–100.
[Beschrijft de neurale basis van empathie en hoe zichtbare prikkels zoals verwondingen sterke respons oproepen.] -
Vlaeyen, J. W. S., & Linton, S. J. (2000). Fear-avoidance and its consequences in chronic musculoskeletal pain: A state of the art. Pain, 85(3), 317–332.
[Gaat in op de complexiteit en onzichtbaarheid van chronische pijn en het effect op gedrag.] -
Luyten, P., & Fonagy, P. (2016). The stress–vulnerability model of depression revisited: The role of self-critical perfectionism. Clinical Psychology Review, 51, 1–14.
[Beschrijft hoe individuele kwetsbaarheid, zoals perfectionisme, bijdraagt aan psychisch lijden.] -
ReumaZorg Nederland. (2022). Onzichtbaar ziek zijn.
[Rapport over de sociale gevolgen van onzichtbare fysieke aandoeningen.] -
Open Boek Nijmegen. (2023). Mentale gezondheid bespreekbaar maken onder jongeren.
[Burgerinitiatief dat het stigma op psychisch lijden wil doorbreken door onderwijs en storytelling.] -
Warmste Week België (2025). Thema: Onzichtbaar ziek zijn.
[Jaarcampagne die onzichtbaar lijden onder de aandacht brengt in media en samenleving.]
Deel