De term 'mentale gezondheid' zit ons in de weg

De term 'mentale gezondheid' zit ons in de weg

Inhoudsopgave

    We bedoelen het goed. Maar de term heeft een imagoprobleem.

    Als Nederlanders zijn we redelijk bedreven in nuchter zijn. Schouders eronder, gewoon doorgaan, het stelt niks voor. En dat is op zichzelf geen slechte eigenschap. Maar in combinatie met de taal die we gebruiken rond mentale belasting, werkt het tegen ons.

    Mensen die zich niet ziek voelen, voelen zich door de term "mentale gezondheid" totaal niet aangesproken. Die denken: ik heb geen mentaal probleem, laat maar. Het is gewoon een drukke periode. Het gaat wel weer over. En mensen die wél ergens mee dealen, willen die stempel juist niet. Want mentale gezondheid klinkt meteen loodzwaar. Klinkt naar de huisarts, naar therapie, naar iets wat je liever niet hardop zegt.

    Het gevolg is dat de meeste mensen pas in actie komen als het echt niet meer gaat.

    Vergelijk dat met hoe we naar fitness kijken. Niemand gaat sporten omdat hij ziek is. Je werkt aan je conditie omdat je het slim vindt, omdat je je beter voelt, omdat je morgen ook nog wil functioneren. Er zit geen drempel op. Je hoeft niks toe te geven om naar de sportschool te gaan.

    Voor je mentale staat bestaat dat frame in Nederland nauwelijks. En zolang we blijven praten over gezondheid in plaats van conditie, verandert dat ook niet. Want gezondheid is iets wat je hebt of niet hebt. Conditie is iets wat je opbouwt.

    Dat kleine verschil bepaalt wanneer je in actie komt. Niet als je vastloopt. Gewoon, omdat je er bewust mee bezig bent.

    Mentale fitheid, mentale conditie, mentale kracht. Het zijn woorden waarbij je denkt: dit doe ik omdat het elke dag beter maakt. Niet omdat ik compleet op ben.

    Dat is de taal die nodig is om dit normaler te maken. Niet zwaarder. Gewoner.